
Plasticheffing: kabinet dreigt begrotingsprobleem af te wentelen op consument en circulaire economie
Kies voor beleid dat daadwerkelijk bijdraagt aan een circulaire economie
Producenten en importeurs investeren jaarlijks honderden miljoenen euro’s in de circulaire verpakkingsketen via de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV). Tegelijkertijd onderzoekt het kabinet nieuwe nationale belastingen op verpakkingen. Volgens Verpact dreigt daarmee een begrotingsprobleem te worden afgewenteld op bedrijven en huishoudens, zonder dat dit aantoonbaar bijdraagt aan de circulaire economie.
- Voorgenomen heffing van 567 miljoen euro per jaar
- Bestemt voor de algemene middelen
- Haalt investeringsruimte weg
- Heeft prijsverhogend effect
- Onderzoek CE Delft: belasting levert beperkte circulaire winst op
Honderden miljoenen verdwijnen uit de circulaire keten
De voorgenomen heffing bedraagt 567 miljoen euro en vloeit rechtstreeks naar de algemene middelen. Er wordt dus niet geïnvesteerd in de recyclingketen. Daarmee ontstaat het risico dat juist de financiële ruimte verdwijnt die nodig is voor innovatie, uitbreiding van recyclingcapaciteit en de toepassing van gerecyclede grondstoffen.
“Dit is de wereld op zijn kop. Het kabinet wil de circulaire economie versnellen, maar dreigt tegelijkertijd middelen weg te halen uit de keten die deze transitie moet realiseren. Uiteindelijk betalen bedrijven, consumenten én de circulaire toekomst van Nederland hiervoor de rekening,” aldus Verpact.
Verpact roept het kabinet op te kiezen voor beleid dat daadwerkelijk bijdraagt aan een circulaire economie. Dat betekent investeren in bestaande instrumenten zoals de UPV, zorgen voor een voorspelbaar investeringsklimaat en voorkomen dat middelen uit de circulaire keten verdwijnen.
Iedere Nederlander betaalt mee
Verpact waarschuwt dat de gevolgen van een nieuwe verpakkingsheffing niet beperkt blijven tot producenten en recyclers. Belastingen op verpakkingen worden uiteindelijk verwerkt in de prijzen van producten. Daarmee betaalt iedere Nederlander mee aan een maatregel die vooral een begrotingseffect heeft.
De omvang van de voorgestelde maatregel is bovendien buitenproportioneel. Een heffing van 567 miljoen euro per jaar staat bijna gelijk aan het totale bedrag dat via Verpact jaarlijks wordt geïnvesteerd in de inzameling en recycling van alle verpakkingsmaterialen (627 miljoen euro in 2024) en is groter dan de investeringen vanuit de UPV in de gehele plasticverpakkingsketen (450 miljoen euro per jaar). Via de UPV wordt deze financiering direct ingezet voor de circulaire verpakkingsketen: van inzameling en sortering tot recycling en de toepassing van recyclaat terwijl dat met de nieuwe verpakkingsheffing niet het geval is.
Over een periode van tien jaar gaat het om ruim 5,6 miljard euro. Dat is financiële ruimte die ook gericht had kunnen worden ingezet om de Nederlandse circulaire plasticketen toekomstbestendig te maken.
Beleid staat haaks op industriële ambities
De maatregel komt bovendien op een moment waarop Nederland inzet op strategische autonomie, versterking van de industrie en minder afhankelijkheid van grondstoffen uit andere landen. Kunststoffen, polymeren en circulaire materialen zijn belangrijke bouwstenen voor sectoren zoals hightech, defensie en verpakkingen.
Een jaarlijkse onttrekking van honderden miljoenen euro’s uit deze waardeketen staat daarmee op gespannen voet met bredere industriële ambities. Nederland wil investeren in strategische ketens, maar dreigt tegelijkertijd middelen weg te halen uit een sector die nodig is om die ambities waar te maken.
Juist nu Europa met de Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) inzet op meer recycling, hergebruik en circulaire grondstoffen, is stabiel en voorspelbaar beleid nodig. Nationale lasten bovenop Europese regelgeving vergroten de druk op bedrijven en kunnen investeringen in Nederland minder aantrekkelijk maken.
Onderzoek toont aan: belasting levert beperkte circulaire winst op
In een brief aan minister Van Veldhoven en staatssecretaris Eerenberg reageert Verpact op het recente CE Delft-rapport over alternatieven voor de plasticheffing. De analyse van CE Delft laat zien dat de circulaire effecten van de onderzochte belastingen beperkt zijn en sterk afhankelijk zijn van de mate waarin deze daadwerkelijk leiden tot extra inzameling en inzet van recyclaat. Tegelijkertijd zijn de budgettaire opbrengsten onzeker en neemt de bijdrage aan de nationale afvalreductiedoelstelling slechts beperkt toe.
Daar staan substantiële kosten voor bedrijven en consumenten tegenover. CE Delft verwacht dat bedrijven een groot deel van de extra kosten uiteindelijk zullen doorberekenen aan consumenten. Voor bedrijven kunnen de kosten oplopen tot miljoenen euro’s per jaar, terwijl huishoudens via hogere productprijzen de rekening mede betalen.
Dat roept vragen op vanuit een sector die al geruime tijd investeert in de transitie naar een circulaire economie. Bedrijven hebben behoefte aan stabiel en consistent beleid om deze investeringen voort te zetten. Een nieuwe belasting met beperkte circulaire meerwaarde, die tegelijkertijd middelen onttrekt aan de keten en extra lasten creëert voor bedrijven en consumenten, draagt volgens Verpact niet bij aan een versnelling van de transitie naar een circulaire economie.
De keuze waar Nederland voor staat is fundamenteel: halen we de komende tien jaar miljarden uit een strategische waardeketen via een generieke belasting, of gebruiken we deze financiële ruimte om recycling, innovatie en de circulaire kunststofketen in Nederland verder op te bouwen?