Veelgestelde vragen over SUP
Hier vind je alle antwoorden op je vragen over SUP-wetgeving. Staat je vraag er niet bij? Laat het ons weten via het contactformulier.
Inhoud SUP-richtlijn
Het kan zijn dat uw Nederlandse klant aangifte moet doen bij het Afvalfonds Verpakkingen. Sinds 2023 is het aangiftepunt in een aantal situaties verlegd in de keten en kan het dus voorkomen dat u als Nederlandse leverancier niet meer aangifteplichtig bent maar uw Nederlandse klant. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de situatie van een huismerkartikel. Indien het SUP-verpakkingen betreft dienen deze als zodanig te worden aangegeven. De aangifteplichtige is zelf verantwoordelijk voor de opgegeven informatie en dus ook voor de gewichten en aantallen van (SUP-)verpakkingen. Of de aangifteplichtige deze gegevens zelf verzamelt, leveranciers uitvraagt om deze informatie op te leveren of een andere bron heeft, is aan de aangifteplichtige. Een andere bron kan bijvoorbeeld een (externe) data pool zijn (zoals GS1) waar leveranciers hun gegevens uploaden en waar gebruikers daar de data uit kunnen halen. Het is aan marktpartijen zelf om hier onderling afspraken over te maken.
Zie ook de KIDV SUP-Beslisboom en de poster van de Rijksoverheid
Hoofdlijnen uit de Regeling Kunststofproducten voor eenmalig gebruik (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2022-8376.html ):
Verbod om onderstaande producten op de markt te brengen: 3 juli 2021
- Producten van oxo-degradeerbare kunststoffen
- Kunststof ballonnen stokjes, katoenen wattenstaafjes in bepaalde gevallen
- Kunststof rietjes, roerstaafjes, bestek en bordjes
- Drinkbekers of maaltijdverpakkingen van piepschuim
Markeringsvoorschriften op onderstaande kunststofproducten voor eenmalig gebruik: 3 juli 2021
- Filters voor tabaksproducten
- Drinkbekers voor eenmalig gebruik
- Vochtige doekjes, maandverbanden, tampons en inbrenghulzen voor tampons
Productvereisten drankverpakkingen
- 3 juli 2024: Doppen en deksels vast aan de fles
- Vanaf 2025: Minimaal 25% recyclaat in drankflessen met PET als hoofdbestanddeel
- Vanaf 2030: Minimaal 30% recyclaat in alle kunststof drankflessen
Rapportageverplichtingen
- Vanaf 2022: kilo’s en aantallen SUP-producten met reductiemaatregelen, zijnde:
- Kunststof(houdende) drinkbekers
- Kunststof(houdende) vormvaste voedselverpakkingen
- voor directe consumptie
- die typisch uit de verpakking worden geconsumeerd; en
- gereed zijn voor consumptie en geen verdere bereiding behoeven
- Vanaf 2023: kilo’s en aantallen SUP producten, zijnde:
- Kunststof(houdende) drinkbekers
- Kunststof(houdende) drankverpakkingen tot 3 liter (excl. blikjes en glazen flessen)
- Kunststof(houdende) vormvaste voedselverpakkingen voor directe consumptie
- Kunststof(houdende) flexibele voedselverpakkingen voor directe consumptie uit de verpakking, zonder verdere bereiding (zakjes en wikkels)
- Kunststof(houdende) lichte draagtasjes
- Vanaf 2023: het totaalgewicht en het gewichtspercentage toegepast recyclaat in drankflessen van PET (vanaf 2030 voor alle kunststof flessen)
Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV)
- 1 januari 2023: Bewustmakingsmaatregelen om verantwoordelijk consumentengedrag te stimuleren
- 5 januari 2023: Vergoeding kosten opruimen, transport en verwerking van SUP zwerfafval door publieke gebiedsbeheerders
Reductiemaatregelen
Zie ook de maatregelen poster op https://zwerfafval.rijkswaterstaat.nl/wegwerpplastic/
- 1 juli 2023: Voor consumpties om mee te nemen, af te halen of te bezorgen:
meerprijs voor verpakking t.o.v. product (hoogte vooralsnog zelf te bepalen) én aanbieden herbruikbaar alternatief of ‘bring-your-own’ optie. - 1 juli 2023: Voor voorverpakte consumpties om mee te nemen of te bezorgen:
meerprijs voor verpakking t.o.v. product (hoogte vooralsnog zelf te bepalen) - 1 januari 2024: Voor consumptie ter plaatse:
verbod op kunststof(houdende) drinkbekers en voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik, oftewel: verplicht herbruikbaar- Uitzondering hierop is wanneer aangetoond kan worden dat de drinkbekers of voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik hoogwaardig worden gerecycled.
Kunststof verpakkingen voor eenmalig gebruik zijn gedefinieerd als:
- De verpakking bevat kunststof (alle polymeren die niet natuurlijk voorkomen, inclusief bio afbreekbaar), inclusief coatings en barrières;
- Het product is bestemd voor onmiddellijke consumptie, terplekke of to-go;
- Het product wordt typisch vanuit de verpakking genuttigd;
- Het product is gereed voor consumptie zonder verdere bereiding;
- En zijn onderverdeeld in voedselverpakkingen/zakjes en wikkels/drankverpakkingen, drankflessen en drinkbekers/lichte plastic draagtassen.
Om de gevraagde duidelijkheid te kunnen geven heeft IenW op basis van een extern adviesrapport een afwegingskader ontwikkeld met beslisbomen, definities en voorbeelden. Verdere toelichting op dit afwegingskader volgt uit een brief van de staatssecretaris van IenW aan de tweede kamer.
Zie ook de KIDV SUP-Beslisboom. Zie ook de EU Commissie Commission guidelines on single-use plastic products in accordance with Directive (EU) 2019/904 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=uriserv:OJ.C_.2021.216.01.0001.01.ENG
De te vergoeden kosten onder de SUP-richtlijn betreffen:
- De kosten van de bewustmakingsmaatregelen.
- Voor verpakkingen zijn dit de kosten uit een driejaarlijks plan, op te stellen door Nederland Schoon
- Voor vochtige doekjes en ballonnen zijn dit de kosten uit een driejaarlijks plan wat wordt opgesteld op eigen initiatief door de betrokken producenten, of gekoppeld aan dat van Nederland Schoon
- Voor tabaksfilters betreft dit de kosten die gebiedsbeheerders maken voor bewustmakingsmaatregelen, naar rato van het aandeel tabaksfilters in het zwerfafval
- De zwerfafvalkosten van SUP-verpakkingen.
- De uitvoeringkosten van de door de Minister aangewezen organisatie (de organisatie die de uitbetalingen aan de gebiedsbeheerders verzorgt).
Voor de verpakkingen die onder de SUP-richtlijn vallen (drinkbekers, drankverpakkingen, vormvaste en flexibele voedselverpakkingen en lichte tasjes) gaat Stichting Nederland Schoon, namens de producenten, de bewustmakingsmaatregelen uitvoeren.
Het Ministerie heeft voorgeschreven dat deze bewustmakingsmaatregelen onder meer toezien op:
- het bekendmaken van de markeringen;
- het bewustmaken van consumenten over de afbreekbaarheid van producten in het milieu en de gevolgen van ongepaste afvalverwijdering voor het milieu en de riolering;
- het aanzetten van consumenten tot de gewenste manier van het zich ontdoen van afval;
- de preventie van zwerfafval door het aanbieden van concrete handelingsperspectieven om de gevolgen van ongepaste afvalverwijdering voor het milieu en de riolering tegen te gaan.
Voor de niet-verpakkingen die onder de SUP-richtlijn vallen geldt:
- Producenten van tabaksproducten zijn verplicht tot het vergoeden van de kosten die gebiedsbeheerders maken voor bewustmakingsmaatregelen voor deze producten. Het ministerie van I&W zal in afstemming met het ministerie van VWS en maatschappelijke organisaties een communicatie toolbox ontwikkelen om gebiedsbeheerders te ondersteunen om dit te doen op een manier die niet leidt tot het bevorderen van roken.
- Voor vochtige doekjes (wet wipes) en ballonnen geldt vanuit de P/I’s wel een verplichting tot het nemen van bewustmakingsmaatregelen.
De hoogte van de vergoeding voor gebiedsbeheerders wordt door de Minister vastgesteld. De vergoeding over 2023 wordt uiterlijk 1 juni 2024 bepaald op basis van onderzoeken die worden uitgevoerd door Rijkswaterstaat. Het betreft de kosten van de volgende publieke gebiedsbeheerders: gemeenten, provincies, waterschappen, Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en ProRail.
De totale vergoeding wordt verdeeld onder deze gebiedsbeheerders op basis van door de Minister vastgestelde gebiedskenmerken (bijv. aantal inwoners, oppervlakte of kilometer weg/water).
De te vergoeden kosten betreffen de volgende kostencomponenten:
- Een opruimmodaliteit, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen handmatig en machinaal opruimen;
- transport- en verwerkingskosten;
- kosten ter ondersteuning van burgerparticipatie en participatie door vrijwilligersorganisaties bij het inzamelen
Voor tabaksfilters komt daarbij:
- het beheer van openbare inzamelingsystemen voor het afval van die kunststofproductensoort
- bewustmakingsmaatregelen door gebiedsbeheerders
Voor de verpakkingen die onder de SUP-richtlijn vallen (drinkbekers, drankverpakkingen, vormvaste en flexibele voedselverpakkingen en lichte tasjes) gaat Stichting Nederland Schoon, namens de producenten, de bewustmakingsmaatregelen uitvoeren. De bewustmakingsmaatregelen worden aldus collectief en niet individueel uitgevoerd. Er zullen wel mogelijkheden zijn voor individuele bedrijven om aan te haken op de campagne.
The SUP contribution is in addition to the waste management contribution.
The SUP contribution is added to the other components of the waste management contribution. One party is responsible for the total fee. If the packaging is a SUP, the SUP component is paid by the same party as the other components of the fee, namely: the waste management contribution and, where applicable, the deposit fee. The SUP part of the tariff applies on the basis of the SUP units (pieces) placed on the market, while the remaining part of the tariff is based on the weight of the materials used in the packaging.
Wie betaalt?
Aangezien de SUP bijdrage over 2023 berekend zal worden, wordt ook de nieuwe definitie van Producent & Importeur aangehouden. Voor meer info zie: https://www.afvalfondsverpakkingen.nl/nl/wijziging-toepassing-definitie-van-het-begrip-producent-importeur-1-januari-2023
Hier betreft het een product geproduceerd (door de opdrachtnemer) in opdracht van een merkeigenaar (de opdrachtgever), en dan betaalt de opdrachtgever de SUP bijdrage.
Hoe bijdrages worden doorberekend aan volgende partijen in de keten is aan de bedrijven zelf, zolang maar eenmaal de sup-opslag betaald wordt over het product door de P/I die het product als eerste op de NL markt afzet.
Als een verpakking die al op de markt is gebracht retour komt en daarna nog een keer wordt verkocht, hoeft die verpakking niet een tweede keer aan te worden gegeven. Wel moet de P/I het in de administratie kunnen verantwoorden als bepaalde verkopen niet worden aangegeven (omdat het een 2e verkoop betreft van een verpakking die reeds is aangegeven).
Het betreft hier het de import van producten waar een merknaam van de producent op staat. De importeur maakt zelf de keuze om deze verpakking (inclusief merknaam) te importeren en zal als importeur die het product als eerste op de markt brengt ook verantwoordelijk zijn voor de betaling van de SUP bijdrage.
De SUP-bijdrage volgt hierbij dezelfde lijn als de overige componenten van de de afvalbeheerbijdrage.
Volgens de gewijzigde definitie van P/I die vanaf 2023 zal gelden, geldt dat wanneer een merkhouder verpakte producten onder haar merk laat produceren, deze merkeigenaar zelf verantwoordelijk is voor de afdracht, en niet de fabrikant. Dit geldt ook voor de SUP-component van de afvalbeheerbijdrage.
Ja. Aangezien de SUP bijdrage over 2023 berekend zal worden, wordt ook de nieuwe definitie van Producent & Importeur aangehouden. De producent/importeur betaalt de integrale bijdrage incl. SUP-component.
Voor de bakjes met plastic coating geldt een SUP tarief dat gerekend wordt per stuk. De afvalbeheersbijdrage over deze bakjes wordt berekend aan de hand van het gewicht van de bakjes. De kartonnen dozen waarin deze bakjes geïmporteerd worden, zijn geen SUP artikel en hierover wordt op basis van het gewicht alleen de afvalbeheerbijdrage betaald.
Dit bedrijf importeert een onderdeel van een verpakking dat later samengesteld wordt met andere verpakkingsonderdelen tot één totaal verpakking (kruidenvaatje) door een andere partij. Zelf is dit bedrijf niet verantwoordelijk voor afdracht.
SUP of geen SUP verpakking?
Verpakkingen gelden als een SUP-verpakking wanneer deze kunststof bevatten en een drank- of voedselproduct omvatten wat direct uit de verpakking genuttigd kan worden. Wanneer een (dranken)karton dus kunststof(laminering) bevat en gevuld is met een drank- of voedselproduct voor directe consumptie, is het een SUP. Een drankenkarton melk of ijsthee, mits deze kunststof bevat, valt onder de SUP-productcategorie drankverpakkingen. Een karton met yoghurt of hagelslag, mits deze kunststof bevat, valt onder de SUP-productcategorie voedselverpakkingen.
In het op 01-12-2022 door I&W gepubliceerde advies rapport wordt ook voor drankenverpakkingen gewerkt met 'weggooi-eenheden', 'Alle kunststof bevattende eenheden die ontworpen zijn om van elkaar los te maken voordat het product wordt geconsumeerd.' In de voorbeelden van drankverpakkingen in dit advies rapport valt te zien dat doppen, wanneer niet vast aan de verpakking, als afzonderlijke SUP geteld worden.
Het door I&W gepubliceerde adviesrapport is hier te vinden: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/11/29/advies-beslisbomen-sup-regelgeving.
Volgens het advies dat aan het ministerie is uitgebracht geldt dat alle kunststof bevattende eenheden van een SUP die ontworpen zijn om van elkaar los te maken voordat het product wordt geconsumeerd, als individuele SUP items gerekend worden. Doppen, wanneer niet vast aan de verpakking, worden als afzonderlijke SUP geteld, onafhankelijk van statiegeld status. Als u uw drankfles zo heeft gemaakt dat de dop al vastzit (verplicht vanaf 4 juli 2024) dan telt de verpakking als 1 SUP-eenheid.
Vanaf 3 juli 2024 moeten de doppen vast aan de fles zitten. Geen onderscheid tussen PET flessen of drinkkartons.
Blikjes worden niet gezien als SUP artikelen en daarmee is ook de omverpakking om het blik geen SUP item.
De kartonnen omverpakking, indien zonder plastic coating, is geen SUP volgens het afwegingskader van IenW: 'Weggooi
eenheden die geen kunststof bevatten, zijn geen SUP'.
In de beslisbomen uit het afwegingskader van I&W valt te lezen dat "Indien een portie duidelijk herkenbaar is kan een portiegrootte ‘per stuk’ worden gehanteerd (bijvoorbeeld gesneden cake, ijsje op stokje, biscuitjes).Indien de porties niet duidelijk herkenbaar zijn, wordt aangeraden de portiegroottes zoals voorgeschreven door FNLI aan te houden.
Ten aanzien van de UPV-kosten (inning en uitbetaling) beoogt het Ministerie voor Infrastructuur en Waterstaat, dit jaar, de tijdslijn uit de regeling aan te houden (blz 43, net boven kop Artikel 3.3).
Publicatie kosten 01/06/2025
Uitbetaling 01/11/2025
Voor meer informatie verwijzen wij u naar het helpdesk afvalbeheer. Daar staat een telefoonnummer en een link naar een contactformulier.
Verpact zal alleen verantwoordelijk zijn voor de financiële afhandeling van de regeling.
Voor alle overige vragen verwijzen wij u naar het helpdesk afvalbeheer. Daar staat een telefoonnummer en een link naar een contactformulier.
Op verzoek van IenW is Verpact bereid deze rol tijdelijk uit te voeren voor zowel de verpakkingen als de niet-verpakkingen die onder de UPV zwerfafval vallen. Hiermee hoopt Verpact onnodige administratieve lasten voor producenten en gemeenten te voorkomen en IenW de tijd te geven een goed lopende organisatie neer te zetten. De rol van Verpact beperkt zich tot uitvoering, alle besluiten worden genomen door IenW
De oprichting van een uitvoeringsorganisatie UPV zwerfafval hoeft geen gevolgen te hebben voor de bestaande rol van Verpact. We verwachten dat ook na de inrichting van deze uitvoeringsorganisatie de verrekening van de verpakkingen onder de UPV zwerfafval op ons te kunnen blijven nemen. Verpact zal de geinde gelden vervolgens overmaken aan de nieuwe uitvoeringsorganisatie.
Het ministerie noemt in de Kamerbrief drie oorzaken voor het uitstel:
Het is lastiger dan verwacht om een uitvoeringsorganisatie die de bijdragen van producenten int en de vergoeding uitkeert in te richten en operationeel te maken.
De verwerking van de reacties op de internetconsultatie van het Besluit ‘vaststelling bijdragen en wegingsfactoren kunststofproducten’ van 15 juli 2024 kost meer tijd dan verwacht.
De in het Besluit opgenomen termijnen voor verslag door de producenten en vaststelling van het besluit door de overheid zorgen voor vertraging.
De vergoeding over 2023 die najaar 2024 betaald had moeten worden aan gebiedsbeheerders komt niet te vervallen, maar wordt in 2025 alsnog uitgekeerd. IenW heeft nog niets formeel gecommuniceerd over wanneer dit zal gebeuren, maar geeft aan dat hier tijdig over geïnformeerd wordt.
De vergoeding over 2023 is in 2023 opgenomen in de bijdrage van producenten aan Verpact. Verpact reserveert dit bedrag voor de uitbetaling die in 2025 wordt uitgevoerd. De vergoeding over 2024 is verwerkt in de producentenbijdrage aan Verpact in 2024. Dit besluit heeft dus geen directe financiële gevolgen voor de verpakkingsbijdrage onder de UPV zwerfafval.
Aangifte doen
SUP-verpakkingen zijn uitgezonderd van de drempel, als je 1 SUP op de markt brengt, betaal je hierover afvalbeheerbijdrage incl. SUP-component. Over het overige non-SUP assortiment wordt geen Afvalbeheerbijdrage betaald in geval de producent/importeur onder de drempel blijft.
Voor de maatregelen onder de SUP-richtlijn (Rapportageverplichting, vergoeding zwerfafvalkosten en bewustmakingsmaatregelen) geldt geen drempel. Dit betekent dat iedere producent of importeur die ook maar 1 stuk SUP-verpakking op de markt brengt, deze zal moeten aangeven bij het Afvalfonds en hierover een bijdrage betaalt in lijn met de te vergoeden kosten. De aantallen en het gewicht van de SUP verpakkingen dient verplicht opgegeven te worden, hierover wordt de SUP opslag en de overige componenten van de afvalbeheerbijdrage betaald (en mogelijk statiegeld en producentenbijdrage voor het statiegeldsysteem). Het gewicht van de overige verpakkingen mag (maar hoeft niet) gemeld worden, maar wordt zolang het de drempel van 50.000 niet overschrijdt niet in rekening gebracht. Wel is het aan te raden om dit toch te rapporteren zodat de bewijslast voor onderdrempeligheid al geleverd is. Dit heeft geen gevolgen voor het te betalen tarief.
BTW
De SUP-opslag wordt verhoogd met 21% btw.
Op de SUP bijdrage wordt door het Afvalfonds 21% btw gerekend aan de producent/importeur. Op prijzen aan de klant zal doorgaans eveneens btw van toepassing zijn.
Meerprijs
Verpact heeft geen bevoegdheid over de SUP meerprijs. De meerprijs komt ten goede aan de onderneming die het verpakt product aan de consument verkoopt. Wel is er gemerkt dat hier veel vragen over zijn. De onderstaande sectie bevat vragen en antwoorden. De antwoorden komen vanuit het ministerie. Verpact is niet verantwoordelijkheid voor de juistheid van de beantwoording.
De meerprijs zoals weergegeven in de tabellen van I&W in het webinar is de prijs die bij uitgiftelocaties door de verstrekker bovenop de kostprijs aan de klant gerekend moet worden. Dit is onderdeel van de reductiemaatregelen zoals deze voor SUP verpakkingen gelden. Deze meerprijs is door de verstrekker zelf te bepalen, maar I&W geeft ter indicatie een Richtlijn voor deze meerprijs. Dit staat los van de SUP-opslag die het Afvalfonds hanteert.
Toelichting vraag: Normaliter zet je een SUP op een artikelnummer. Echter dat kan niet bij een variërend aantal artikelen die in een zelfde zak gaan het artikelnummer is voor 1 broodje. Uiteraard kan je bij de kassa een knop maken voor SUP voor één zak, maar dat werkt niet bij een zelfscan kassa. Wat is hier een oplossing voor?
Antwoord: Zakjes vallen niet onder meerprijs. Daarmee hoeft de SUP meerprijs ook niet op de bon voor zakjes. In deze link staat de fact-sheet en hier kunt u de uitleg op website van het Afvalfonds vinden.
Aangezien klanten ter plaatse de koffie drinken valt dit onder de consumptie ter plaatse regeling, die per 1-1-2024 ingaat. Per 1-1-2024 zijn eenmalig te gebruiken bekers in deze omgeving niet toegestaan. U kunt een herbruikbare beker aanbieden of BYO van klanten accepteren. De meerprijs richtlijnen gelden niet voor consumptie ter plaatse maar voor consumptie on-the-go (halen of bezorgen) die per 1-6-2023 ingaat.
Ja, deze moeten per artikel op de bon komen te staan. De meerprijs moet gerelateerd zijn aan het product.
De meerprijs hoeft niet op de korte bon (wel op de lange bon). De klant heeft de meerprijs al kunnen zien op het kassascherm.
Volgens de SUP richtlijnen hoeft de meerprijs alleen op de bon te worden weergegeven. Volgens consumentenrecht moet men weten wat er betaald wordt voor het product en in dit geval het bakje. Dit geldt dan voor prijzen in schappen en (online) folders.
Over de verkoop van wegwerpbekers en -bakjes moet btw worden betaald. Anders dan eerder gecommuniceerd door andere partijen, geldt hiervoor niet standaard het hoge tarief van 21%.
Leidend is het product dat in de wegwerpverpakking zit. Dit betekent dat voor de verpakking hetzelfde btw-tarief geldt als voor het product dat wordt verkocht. Wordt er bijvoorbeeld een wegwerpbeker met koffie of frisdrank verkocht? Dan moet er 9% btw worden betaald voor de wegwerpbeker: het tarief voor koffie en frisdrank. Maar wordt er bijvoorbeeld een wegwerpbeker met wijn of bier verkocht? Dan geldt dat er 21% btw voor de beker moet worden betaald: het tarief voor alcoholhoudende dranken.
Er zijn geen richtlijnen vastgesteld, dit valt niet onder SUP regelgeving maar onder de reguliere consumenten regelgeving
Volgens de SUP richtlijnen hoeft de meerprijs alleen op de bon te worden weergegeven. Volgens consumentenrecht moet men weten wat er betaald wordt voor het product en in dit geval het bakje. Voor folders gelden waarschijnlijk dezelfde regels.
Toelichting vraag: van een partner begrepen we echter dat een pretpark als één geheel wordt gezien, waarbij iets dus per definitie consumptie ter plaatse is wanneer het binnen het pretpark wordt gekocht (en genuttigd). Hierover kunnen wij verder niks terugvinden in de wetgeving of het richtsnoer. Kunnen jullie uitsluitsel geven over bovenstaande?
Antwoord: de regelgeving is zo bedoeld dat horeca binnen een park valt onder consumptie ter plaatse (zie bijvoorbeeld hier, op pagina 23). Er is enkel sprake van consumptie voor onderweg als het wordt meegenomen voor buiten het park. Binnen het park kan je immers een retoursysteem opzetten en drop-off punten voor inzameling van herbruikbare bekers en bakjes plaatsen. Vanuit parken wordt dit momenteel wel ter discussie gesteld.
Ja, dit gaat inderdaad om 2 SUP-eenheden maar valt buiten de meerprijs voor consumenten. Drankverpakkingen onder de 3 liter gelden als een SUP-eenheid. Indien de dop los zit geld deze ook als SUP-eenheid, en spreken we dus van 2 SUP-eenheden in totaal.
Gratis verstrekken van een SUP beker voor on-the-go mag niet meer per 1-7-2023 en is per 1-1-2024 verboden voor consumptie ter plekke. Als de koffie in de winkel wordt aangeboden om daar op te drinken valt dit onder consumptie ter plaatse en dient per 1-1-2024 over te worden gegaan naar hergebruik.
Als een product al is voorgevuld, dan is het voorverpakt (bijv. sushi, dat in de winkel wordt bereid en voorverpakt voor de klant in de schappen ligt) en geldt de regeling niet. Als een product op bestelling ter plekke wordt gevuld (door de winkelmedewerker of de klant zelf) dan is de regeling wel geldig.
Nee dit is niet "op de winkelvloer afgevuld' volgens de bovenstaande uitleg
Als de medewerker het ter plekke snijdt en voorverpakt neerlegt, valt het niet onder de regeling. Als de consument een bestelling plaats, en de winkelmedewerker snijdt ter plekke, dan valt het wel onder de regeling.
Nee als het voorverpakte salades zijn, valt het niet onder de regeling.
Er zitten verschillende maten in. T.a.v. zakken en wikkels is portiegrootte tot 2 porties (ook in een zak los verpakt).
Portiegrootte grens snoep/ chips/chocola gewijzigd naar 3 liter.
In update afwegingskader (p. 53) staan definities genoemd van wat chips en snoep.
Het voorbeeld van het Yoghurt bakje met muesli dat wordt aangeduid als 2 SUP-eenheden gaat om aluminiumfolie dat geen kunststof bevat. Bij het yoghurt bakje met muesli dat wordt aangeduid als 4 SUP-eenheden gaat het om een seal dat wel kunststof bevat.